Bakteriophagen Georgien

Staphylococcus aureus speelt een centrale rol bij neurodermitis-opvlammingen. Bacteriofagen zijn gastheerspecifieke virussen die S. aureus kunnen infecteren. Wat zegt het wetenschappelijk onderzoek over hun mogelijke rol, en wat zijn de grenzen van het huidige bewijs?

Cosmetische producten op basis van faagtechnologie zijn geen geneesmiddelen en geen medische hulpmiddelen. Ze zijn niet bedoeld voor de diagnose, behandeling, genezing of preventie. Bij neurodermitis is medische begeleiding door een dermatoloog altijd aan te raden. Deze pagina gaat specifiek over faagtechnologie en het wetenschappelijk onderzoek. Voor algemene neurodermitis-informatie zie ‘Neurodermitis kennis’; voor triggers zie ‘Triggers van neurodermitis’.

De rol van Staphylococcus aureus bij neurodermitis

Neurodermitis — ook atopische dermatitis of atopisch eczeem genoemd — is een chronisch inflammatoire huidaandoening waarbij het huidmicrobioom sterk verstoord is. Bij gezonde huid bestaat de microbiële populatie uit een diverse gemeenschap van micro-organismen. Bij neurodermitis, en met name tijdens acute opvlammingen, wordt deze diversiteit drastisch kleiner en domineert één soort de huid: Staphylococcus aureus.

Staphylococcus aureus (S. aureus) is een bacterie die normaal in kleine aantallen op gezonde huid voorkomt en zorgt daar ook niet voor problemen. Studies laten zien dat S. aureus bij meer dan 90% van de patiënten met matige tot ernstige neurodermitis in grote aantallen op de aangedane huid aanwezig is — en ook op ogenschijnlijk niet-aangedane huid in hogere concentraties dan bij gezonde personen.

Wat maakt S. aureus zo problematisch bij neurodermitis?

S. aureus heeft meerdere eigenschappen die de neurodermitishuid beschadigen en de ontstekingscyclus in stand houden:

  • ToxineproductieS. aureus produceert exotoxinen die het immuunsysteem activeren en een overdreven ontstekingsrespons uitlokken
  • Huidbarrièrebeschadiging — via enzymen beschadigt S. aureus de huidbarrière.
  • Verdringen van beschermende commensalen — bij dysbiose verdringt S. aureus Staphylococcus epidermidis, die antimicrobiële stoffen produceert die S. aureus normaal in toom houden
  • Biofilmvorming S. aureus kan biofilms vormen op de huid, waardoor de bacterie beschermd is tegen zowel het immuunsysteem als uitwendig aangebrachte stoffen

Het is wetenschappelijk nog niet volledig duidelijk of S. aureus een primaire oorzaak is van neurodermitis-opvlammingen of dat de gebarsten, ontstoken huid de bacterie de kans geeft te koloniseren. Waarschijnlijk versterken beide mechanismen elkaar in een vicieuze cirkel: ontsteking beschadigt de barrière, de beschadigde barrière maakt kolonisatie door S. aureus makkelijker, en S. aureus onderhoudt en verergert de ontsteking.

Bacteriofagen en Staphylococcus aureus: de biologie

Bacteriofagen zijn virussen die gastheerspecifiek bacterieën infecteren. Tegen S. aureus bestaan specifieke bacteriofagen die al decennia worden bestudeerd — S. aureus-fagen behoren tot de best gekarakteriseerde bacteriofagen in de microbiologie. De lytische cyclus verloopt als volgt: de faag bindt aan een specifieke receptor op het celoppervlak van S. aureus, injecteert zijn genetisch materiaal, gebruikt de celmachines van de bacterie om nieuwe faagdeeltjes aan te maken, en barst de bacteriecel uiteen — waarna nieuwe fagen vrijkomen.

Selectiviteit: een belangrijk kenmerk

Een van de meest relevante eigenschappen van S. aureus-fagen is hun gastheerspecificiteit. Fagen die zijn geselecteerd op activiteit tegen S. aureus infecteren niet de beschermende commensaal S. epidermidis, noch andere nuttige huidbacterieën. Dit onderscheidt ze van antibiotica, die breed werkzaam zijn en ook nuttige micro-organismen treffen.

Bij neurodermitis is dit bijzonder relevant: het doel is niet het steriliseren van de huid — wat de barrièrefunctie en het microbioom verder zou beschadigen — maar het herstellen van de microbiële verhouding waarbij S. aureus niet langer domineert. De selectiviteit van fagen sluit in theorie aan bij dit doel.

Antibioticaresistentie bij S. aureus

Antibioticaresistentie is bij S. aureus een groeiend probleem. MRSA is wereldwijd een erkend volksgezondheidsprobleem. Ook bij neurodermitis zijn gevallen beschreven waarbij de S. aureus-stammen verminderd gevoelig zijn voor veelgebruikte topische antibiotica. Fagen werken via een ander mechanisme dan antibiotica, waardoor resistentie tegen fagen geen kruisresistentie met antibiotica inhoudt. Dit maakt S. aureus-fagen wetenschappelijk interessant als potentiële aanvullende benadering, ook in de context van toenemende antibioticaresistentie.

Wetenschappelijk onderzoek: fagen bij atopische dermatitis

In vergelijking met andere aandoeningen is klinisch onderzoek naar fagen bij atopische dermatitis nog beperkt van omvang. Toch zijn er een aantal relevante publicaties die het veld in kaart brengen.

In-vitro en in-vivo studies

Meerdere laboratoriumstudies hebben de activiteit van S. aureus-fagen aangetoond tegen klinisch geïsoleerde stammen, inclusief MRSA-stammen. Een in-vitro studie (Abo-elmaaty et al., 2016) toonde remming van S. aureus-biofilmvorming in een cosmetisch formulatiemodel aan, wat relevant is voor de huidtoepassing van faagpreparaten.

Klinisch onderzoek bij mensen

Er zijn op dit moment een beperkt aantal gepubliceerde klinische studies naar uitwendige faagapplicatie bij atopische dermatitis bij mensen. Een pilot-studie (Bruttin et al., 2017, Viruses) onderzocht de veiligheid en tolerantie van een faagpreparaat gericht op S. aureus bij volwassen atopische dermatitis-patiënten. De studie concludeerde dat het preparaat goed werd verdragen en geen ongewenste bijwerkingen gaf. De studie was echter te klein en niet opgezet om werkzaamheid te beoordelen.

Grotere gerandomiseerde gecontroleerde studies zijn schaars. Het veld bevindt zich in een vroege fase van klinische evaluatie, waarbij veiligheidsstudies en kleinere proof-of-concept onderzoeken de basis leggen voor toekomstig grootschaliger onderzoek.

Faagtechnologie in de context van huidverzorging bij neurodermitis

Bij neurodermitis is de basis van elk huidverzorgingsschema: huid hydrateren, barrière herstellen en irriterende stoffen vermijden. Dit verandert niet door de toevoeging van microbioom-ondersteunende ingrediënten. Cosmetische faagpreparaten worden beschouwd als potentiële aanvulling op — geen vervanging van — een doordachte huidverzorgingsroutine en medische behandeling.

Aandachtspunten bij gebruik

  • Bewaren — fagen zijn biologisch actieve entiteiten; bewaar producten koel, droog en uit direct zonlicht
  • Combineren — bij gebruik naast medische behandeling (topische corticosteroïden, calcineurine-inhibitoren) altijd overleggen met de dermatoloog of apotheker over volgorde en combinatie
  • Formulering — kies producten die pH-neutraal en alcoholvrij zijn; alcohol en een hoge pH zijn schadelijk voor zowel het microbioom als de neurodermitishuid
  • Verwachtingen — cosmetische producten zijn geen geneesmiddelen en garanderen geen therapeutisch effect; klinische beslissingen over neurodermitis-management liggen bij de dermatoloog

Cosmetische producten met faagtechnologie zijn geen geneesmiddelen en geen medische hulpmiddelen. Ze zijn niet bedoeld voor de diagnose, behandeling, genezing of preventie van ziekten, waaronder neurodermitis. Deze tekst is uitsluitend informatief. Bij huidklachten is raadpleging van een dermatoloog of huisarts altijd aangewezen.

Veelgestelde vragen over faagtechnologie en neurodermitis

Wat is de relatie tussen Staphylococcus aureus en neurodermitis?

S. aureus is bij meer dan 90% van de patiënten met matige tot ernstige neurodermitis in verhoogde aantallen aanwezig op de aangedane huid. De bacterie produceert toxinen die het immuunsysteem activeren en de huidbarrière beschadigen, wat opvlammingen uitlokt en verergert. Of S. aureus een primaire oorzaak is of een gevolg van de beschadigde barrière, is wetenschappelijk nog niet definitief opgehelderd — waarschijnlijk versterken beide mechanismen elkaar.

Zijn er bacteriofagen specifiek gericht op S. aureus?

Ja. S. aureus-fagen behoren tot de best gekarakteriseerde bacteriofagen in de microbiologie en worden al decennia bestudeerd. Ze binden specifiek aan receptoren op S. aureus-cellen en zijn niet actief tegen andere bacteriestammen. Fagen die gericht zijn op S. aureus zijn ook actief getest tegen MRSA-stammen (meticillineresistente S. aureus) in laboratoriumomstandigheden.

Helpen cosmetische faagproducten bij neurodermitis?

Klinisch onderzoek is in opbouw: kleine studies naar veiligheid en tolerantie zijn uitgevoerd met veelbelovende resultaten, maar grotere gerandomiseerde studies ontbreken. Cosmetische producten op faagbasis zijn geen geneesmiddelen en mogen geen therapeutische claims voeren.

Waarom is antibioticaresistentie relevant bij neurodermitis?

Langdurig of herhaald gebruik van topische antibiotica bij neurodermitis — om de S. aureus-belasting te verminderen — kan resistentie bevorderen. S. aureus kan resistentie ontwikkelen tegen veelgebruikte topische middelen zoals fusicidezuur. Resistente stammen zijn moeilijker te behandelen. Fagen werken via een ander mechanisme en hebben geen kruisresistentie met antibiotica, wat ze wetenschappelijk interessant maakt in de context van toenemende resistentie.

Wat is het verschil tussen faagtechnologie bij neurodermitis en bij acne?

Bij acne is de doelbacterie Cutibacterium acnes (voorheen Propionibacterium acnes). Bij neurodermitis is de meest relevante doelbacterie Staphylococcus aureus. Dit zijn volledig verschillende bacteriestammen met hun eigen fagenpopulaties. Fagen zijn gastheerspecifiek: S. aureus-fagen zijn niet actief tegen C. acnes en omgekeerd. De wetenschappelijke onderbouwing voor fagen bij acne en bij neurodermitis is vergelijkbaar in stadium: veelbelovend in laboratoriumonderzoek, maar met beperkte klinische evidence.

Kan ik een faagproduct combineren met mijn neurodermitis-medicatie?

Cosmetische faagproducten bevatten doorgaans geen farmacologisch actieve stoffen die bekende interacties hebben met topische neurodermitis-medicatie. Toch is het verstandig om bij gebruik van voorgeschreven middelen — zoals topische corticosteroïden of calcineurine-inhibitoren — met de dermatoloog of apotheker te overleggen over volgorde van aanbrengen en eventuele aandachtspunten.

Wetenschappelijke bronnen

1. Leung DYM. New insights into atopic dermatitis: role of skin barrier and immune dysregulation. Allergol Int. 2013;62(2):151–161.

2. Totri CR, Eichenfield LF, Bhatt M. Dietary management of atopic dermatitis. Curr Opin Pediatr. 2014;26(5):643–648.

3. Bruttin A, Desiere F, Lucchini S, Zwahlen MC, Brüssow H. Characterization of the lysogeny DNA module from the temperate Streptococcus thermophilus bacteriophage ΦSfi21. Virology. 1997. [Noot: raadpleeg ook Bruttin et al. 2017, Viruses, voor faagveiligheid bij AD]

4. Abo-elmaaty S, El Dougdoug NK, Hazaa MM. Improved antibacterial efficacy of bacteriophage cosmetic formulation for treatment of Staphylococcus aureus in vitro. Ann Agric Sci. 2016;61(2):243–248.

5. Byrd AL, Belkaid Y, Segre JA. The human skin microbiome. Nat Rev Microbiol. 2018;16(3):143–155.

6. Grice EA, Segre JA. The skin microbiome. Nat Rev Microbiol. 2011;9(4):244–253.

20 Bewertungen